Het proefschrift voegt aan het Aristoteliaanse concept van praktische wijsheid een politiek-filosofische dimensie toe via het republikeinse denken van Machiavelli. Diens analyse van de Romeinse republiek laat zien dat duurzame governance niet berust op de deugd van individuen alleen, maar op institutionele structuren die tegenmacht, pluraliteit en gekanaliseerd conflict mogelijk maken. Voor modern toezicht betekent dit: de raad van commissarissen functioneert als institutionele tegenkracht, niet alleen als moreel kompas.
In het essay ‘Machiavelli en praktische wijsheid’ (Tijdschrift voor Toezicht, 2025, nr.4) wordt aan het Aristoteliaanse concept van praktische wijsheid een politiek-filosofische dimensie toegevoegd via het republikeinse denken van Machiavelli. Diens analyse van de Romeinse republiek laat zien dat duurzame governance niet berust op de deugd van individuen alleen, maar op institutionele structuren die tegenmacht, pluraliteit en gekanaliseerd conflict mogelijk maken. Voor modern toezicht betekent dit: de raad van commissarissen functioneert als institutionele tegenkracht, niet alleen als moreel kompas.
Machiavelli en de gemengde constitutie
In de Discorsi analyseert Machiavelli de Romeinse republiek als model van duurzaam bestuur. De kern van zijn argument: de republiek dankte haar stabiliteit niet aan de afwezigheid van conflict maar aan de institutionele kanalisering ervan. Consuls (uitvoerend), de senaat (raadgevend en toezichthoudend) en tribunen (correctief en representatief) vormden samen een krachtenveld dat pluraliteit niet onderdrukte maar ordende.
Machiavelli’s inzicht is dat deugd alleen — hoe phronetisch ook — niet voldoende is voor duurzame governance. Zonder institutionele structuren die tegenmacht mogelijk maken, is elke governance-ordening kwetsbaar voor machtsconcentratie, groepsdenken en het geleidelijk eroderen van checks and balances.
Parallellen met modern toezicht
De parallellen met hedendaagse governance zijn direct. Het bestuur functioneert als uitvoerende macht. De raad van commissarissen functioneert als reflectieve tegenkracht — de senaat in Machiavelli’s model. Aandeelhouders en stakeholders fungeren als representanten van het bredere belang.
De kracht van dit model ligt niet in harmonie maar in gestructureerde spanning. Een raad van commissarissen die uitsluitend bevestigt, faalt in zijn functie — net zoals een senaat die altijd meestemt met de consul. De republikeinse dimensie herinnert eraan dat effectief toezicht conflict vereist: niet destructief conflict, maar het institutioneel gekanaliseerde conflict dat blinde vlekken blootlegt en machtsconcentratie voorkomt.
Waarom dit ertoe doet voor phronetisch toezicht
De republikeinse dimensie complementeert het Aristoteliaanse perspectief. Aristoteles beschrijft wat de individuele toezichthouder nodig heeft: praktische wijsheid, moreel kompas, reflectief vermogen. Machiavelli beschrijft wat de institutionele context moet bieden: tegenmacht, pluraliteit, ruimte voor afwijkende stemmen. Samen vormen ze een compleet perspectief op governance dat zowel individuele oordeelskwaliteit als institutionele architectuur adresseert.
In de EMERO-analyse wordt de republikeinse dimensie indirect zichtbaar: een raad waarin tegenstemmen ontbreken en consensus domineert, toont een kenmerkend taalpatroon — afwezigheid van onzekerheidstaal, afwezigheid van moreel debat, verschraling van reflectie. Dat zijn de taalsporen van een governance-structuur die de republikeinse balans verloren heeft. Governance-drift
→ Terug naar Praktische wijsheid in governance
→ Agency-theorie vs. phronetisch toezicht
Over de auteur
Dr. John van der Starre RA is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op praktische wijsheid in corporate governance (2024). Zijn adviespraktijk 3D Governance is gespecialiseerd in governance consulting en board development.