Universiteitshoogleraar Naomi Ellemers betoogde onlangs in het FD dat het vakmanschap van menselijke experts onmisbaar blijft, omdat AI-teksten kwalitatief tekortschieten. Haar diagnose is gedeeltelijk juist, maar mist het eigenlijke vraagstuk. Recent Wharton-onderzoek laat zien dat het probleem niet primair ligt bij de kwaliteit van de AI-output, maar bij de erosie van het kritisch vermogen van de gebruiker. Dat verandert zowel de diagnose als de remedie.
Ellemers heeft in haar recente opiniebijdrage in het FD een duidelijk standpunt ingenomen ter verdediging van de rol en het belang van experts en hun vakmanschap. Het staat buiten kijf dat de output van verschillende AI-modellen kwalitatief tekort kan schieten; hallucineren is inmiddels een ingeburgerd begrip. Dat experts met hun vakmanschap hier de vinger op kunnen leggen staat evenmin ter discussie. Ellemers raakt daarmee een belangrijk punt, maar het eigenlijke vraagstuk ligt elders. Wat zij beschrijft is een productievraagstuk, namelijk de kwaliteit van de output. Daaraan ligt een veel ernstiger vraagstuk ten grondslag: de systematische verzwakking van het kritisch vermogen bij gebruikers.
Een derde cognitief systeem
Een recente Wharton-studie heeft aangetoond dat naast Systeem 1 (intuïtief) en Systeem 2 (deliberatief) ook een derde systeem onderscheiden moet worden: cognitive surrender. Het verschijnsel waarbij gebruikers AI-output overnemen met minimale toetsing, waarbij zowel intuïtie als deliberatie worden overruled. In experimenten met ruim 1.300 deelnemers steeg de nauwkeurigheid van deelnemers met circa 25 procentpunt wanneer de AI het juiste antwoord gaf, en daalde deze met 15 procentpunt wanneer de AI het verkeerde antwoord gaf. Dit patroon hield stand onder tijdsdruk, onder financiële prikkels en bij directe feedback. Vertrouwen in AI bleek de sterkste voorspeller: deelnemers met hoog vertrouwen hadden een 3,5 keer grotere kans om foutief advies te volgen.
Het probleem zit dus niet alleen in de uitkomst, maar ook eerder in de keten, bij de auteur. De vraag die zich opdringt is wat er gebeurt met het kritisch vermogen van een schrijver, een onderzoeker, een toezichthouder, op het moment dat hij AI als assistent gebruikt. Het Wharton-onderzoek geeft daar een onaangenaam exact antwoord op: surrender treedt op zodra AI als optie beschikbaar is, en wordt versterkt door vertrouwen en door een lage neiging tot zelfstandige reflectie.
“De interventie moet zich richten op de cognitieve discipline van de gebruiker, niet op de nacontrole door de specialist.”
De eerste blinde vlek: kritisch denken in het hoger onderwijs”
AI wordt onmiskenbaar gebruikt door studenten. De universiteit heeft daar nog geen duidelijke handvatten voor gegeven. Dat is bijzonder, omdat juist daar de cognitive surrender begint. Het probleem is dat de universiteit nog te weinig doet om studenten te (blijven) vormen tot de kritische denkers en toekomstige experts die Ellemers in haar betoog veronderstelt.
De vraag is niet of studenten AI gebruiken, maar onder welke condities zij dat kunnen en mogen doen zonder hun kritisch vermogen te verliezen. Vertrouwen en de neiging tot zelfstandige reflectie zijn precies de twee variabelen waarop het hoger onderwijs invloed heeft, en waarop het zou moeten sturen. Vertrouwen in AI is geen autonome karaktertrek; het wordt gevormd door de manier waarop docenten en instituties zich tot AI verhouden. Need for cognition, de neiging tot zelfstandig denken, is geen vast persoonlijkheidskenmerk; het wordt versterkt of verzwakt door de mate waarin studenten worden uitgenodigd zelf te denken en daar consequenties aan te verbinden.
Een universiteit die dit serieus neemt, beperkt zich niet tot richtlijnen over AI-gebruik in werkstukken of plagiaatcontroles. Dat zijn maatregelen die zich richten op de output, op het eindproduct en niet op het denkproces. De inhoudelijke vraag is hoe het curriculum studenten leert wanneer wel en wanneer niet op AI te steunen, hoe het hen leert AI-output te beoordelen in plaats van klakkeloos te accepteren en hoe de cognitieve weerbaarheid van studenten kan worden versterkt zodat zij weerbaar zijn tegen de stelligheid waarmee AI haar uitspraken presenteert. Dat is werk dat verder gaat dan integriteitsregels; het raakt de kern van wat academische vorming inhoudt.
De tweede blinde vlek: vakmanschap is geen vaccin
Dezelfde diagnose verklaart waarom ook de ervaren professional kwetsbaar blijft. Het gebruik van AI kan ook bij experts, zoals commissarissen, bestuurders en medisch specialisten leiden tot cognitive surrender. Het Wharton-onderzoek laat zien dat juist degenen met het meeste vertrouwen in de technologie het snelst geneigd zijn zich over te geven. Dat zijn niet noodzakelijkerwijs de mensen zonder expertise. Het zijn de mensen wier kritisch reflectievermogen, om welke reden dan ook, op dat moment niet wordt geactiveerd.
Een ervaren commissaris kan, ondanks zijn vakmanschap, vatbaar zijn voor cognitive surrender wanneer de output plausibel klinkt en met overtuiging wordt gepresenteerd. AI heeft die overtuiging vrijwel altijd en toont zelden twijfel. Vakmanschap alleen is dan geen vaccin. Dat betekent ook dat het in toezichtcontexten van toenemend belang is om reflectie en het verdragen van onzekerheid expliciet onderdeel te maken van het gesprek, in plaats van impliciet te veronderstellen dat ervaring vanzelf voor kritisch tegenwicht zorgt.
Tot slot
Ellemers heeft gelijk dat AI de gemiddelde wetenschapper of journalist nog niet evenaart. Maar de echte zorg ligt niet bij de gemiddelde AI-tekst. Die wordt gaandeweg beter, en juist daardoor wordt het probleem groter. Naarmate AI vaker gelijk heeft, ervaart de gebruiker minder reden om kritisch te blijven en wordt cognitive surrender lonender en daarmee hardnekkiger. De vraag die het AI-debat moet stellen is niet of de expert nog nodig is, want dat is hij, maar of de expert, de student, de journalist en de toezichthouder hun kritisch denken behouden in een omgeving die hen dagelijks uitnodigt het uit handen te geven.
Dat is geen technologisch vraagstuk en ook geen capaciteitsvraagstuk. Het is een vormingsvraagstuk en in bredere zin een vraag naar praktische wijsheid: het vermogen om in concrete situaties te oordelen wanneer wel en wanneer niet op een hulpmiddel te steunen. De plek waar die vorming begint, het hoger onderwijs, heeft op dit moment nog geen antwoord op de vraag hoe studenten daarin te bekwamen.
Dr. J. van der Starre RA is oprichter van 3D Governance BV en commissaris. Hij promoveerde in 2024 aan de Universiteit Utrecht (USBO) op het onderzoek naar praktische wijsheid in raden van commissarissen. Zijn meest recente boek, Wijs Toezicht. Praktische wijsheid voor commissarissen, verscheen in april 2026.
Bronnen Ellemers, N. (2026, 12 mei). Het vakmanschap van experts blijft onmisbaar. Het Financieele Dagblad. |
Shaw, S. D., & Nave, G. (2026). Thinking, Fast, Slow, and Artificial: How AI is Reshaping Human Reasoning and the Rise of Cognitive Surrender. The Wharton