Een reactie op Marcel Pheijffer, FD Opinie, 29 maart 2026
Marcel Pheijffer schrijft over cultuurrot en de ‘Dark Triad’: narcisme, psychopathie en machiavellisme. Tegen die laatste benaming maak ik bezwaar. Niet zozeer tegen Pheijffer zelf, maar tegen een misverstand dat al eeuwen aan Machiavelli kleeft. Door machiavellisme als persoonlijkheidskenmerk te bestempelen wordt Machiavelli gereduceerd tot een karikatuur terwijl daarmee zijn bijdrage aan de bestuurswetenschap sterk onderschat wordt.
Pheijffer schrijft: „Bij machiavellisme gaat het om manipuleren, liegen en bedriegen. Dit alles om koste wat het kost het beoogde einddoel te bereiken. Machiavellisten kun je niet op hun woord vertrouwen.” Met deze formulering geeft hij een populaire, door eeuwen van misverstanden gekleurde karikatuur klakkeloos door. Het begrip ‘machiavellisme’ is beslist geen weergave van Machiavelli’s filosofie. Het gaat om twee fundamenteel verschillende zaken, en dat onderscheid verdient het om expliciet te worden gemaakt.
Wat Machiavelli werkelijk betoogde
Naast het beruchte ‘De Vorst’ schreef Machiavelli ook het minder bekende, maar filosofisch belangrijkere werk: ‘Discorsi’, zijn commentaar op de Romeinse republiek. Daarin bepleit hij de gemengde constitutie als meest bestendige staatsvorm: een systeem waarin verschillende maatschappelijke krachten elkaar institutioneel in evenwicht houden. Conflict is bij Machiavelli beslist geen doel op zichzelf, maar een bron van politieke vernieuwing, maar dan wel gekanaliseerd door sterke instituties. Niccolò Machiavelli’s begrip virtú staat voor het vermogen om de grilligheid van het lot te temmen door prudent oordeelsvermogen, institutionele stabiliteit en een gerechtvaardigde ordening van de staat, en macht vereist daarbij een morele grondslag: zij moet de gemeenschap dienen, niet de persoonlijke agenda van de machthebber.
Fuld en Trump: geen Machiavelli’s
Pheijffer vergelijkt Dick Fuld en Donald Trump als exponenten van de ‘Dark Triad’ en daarin heeft hij een punt. Maar door dit cluster aan Machiavelli’s naam te koppelen, suggereert hij dat Machiavelli het gedachtegoed levert dat dergelijk gedrag legitimeert. Het tegendeel is waar.
Machiavelli waarschuwt in de Discorsi expliciet tegen leiders die aanzien verwerven via persoonlijke gunsten en loyaliteitsnetwerken in plaats van publieke verdienste. Hij beschouwt dit als een gevaarlijke vorm van corruptie: de vermenging van persoonlijk aanzien en institutionele macht. Die waarschuwing klinkt actueel nu uit Trumps eigen entourage berichten komen over handelen met voorkennis rond zijn eigen beleidsbeslissingen: precies het patroon dat Machiavelli vijf eeuwen geleden beschreef als de voorbode van het verval van de republiek.
Machiavelli beschouwde laagdrempelig, niet-gewelddadig conflict tussen maatschappelijke groeperingen als een noodzakelijk en zelfs productief verschijnsel: het ventileert spanningen voordat zij ontaarden in factiestrijd. Trump doet het omgekeerde: hij verhit conflict tot aan de grenzen van het systeem en exploiteert de chaos die daaruit voortkomt.
De prijs van de karikatuur
Het gebruik van ‘machiavellisme’ als synoniem voor cynische machtspolitiek heeft een intellectueel bijeffect: het laat Machiavelli’s meest waardevolle inzichten voor organisaties en bestuur onbenut. Die inzichten zijn dat effectieve macht een morele grondslag vereist, dat instituties de enige duurzame bescherming bieden tegen de willekeur van één persoon, en dat het ondermijnen van vertrouwen en orde uiteindelijk de macht aantast die men zegt te willen behouden. Dit zijn geen cynische machtslessen maar waarschuwingen. Waarschuwingen die zeker op dit moment ter harte mogen worden genomen.
De ironie is dat Pheijffers sterkste inzicht, de slotvraag van AFM-voorzitter Van Geest over het kleine ongemak van vandaag versus het grote ongemak van morgen, volledig in lijn is met Machiavelli’s denken. Het institutioneel organiseren van ongemak om catastrofe te voorkomen is precies de logica van zijn staatstheorie. Maar door Machiavelli’s naam te reduceren tot een persoonlijkheidsstoornis, neemt Pheijffer een misverstand over dat al te lang voor waarheid doorgaat.
Machiavelli verdient geen rehabilitatie als onschuldig pedagoog. Hij was een scherp en soms kil realist over de aard van macht. Maar hij schreef geen handleiding voor de leider die liegt, manipuleert en bedriegt. In zijn meest doordachte werk verdedigt hij juist een institutionele orde die dergelijk gedrag begrenst. Dat onderscheid is niet alleen academisch relevant. Het is, juist nu, maatschappelijk van belang.